Wat is genealogie

Genealogie (volgens het woordenboek) : 1. de ononderbroken getraceerde afstamming van een voorvader
 2. de studie van voorouders
 3. de lijn van ontwikkeling van een organisme vanuit vroegere toestandenHet woord mag zeker niet verward worden met enkele gelijkluidende woorden.
Genealogie is NIET:

- geologie : de wetenschap die de aardkorst bestudeert
- gynaecologie : de wetenschap van de fysiologische functies en ziektes van de vrouw
- genialiteit : uitzonderlijke begaafdheid



Nieuwe beoefenaars spellen het woord soms verkeerd als: geneologie. We rekenen er vast op, dat u na het doorbladeren van deze pagina's, geen spelfouten meer zal maken ... .


Genealogie wordt het best uitgelegd als Familie Geschiedenis Onderzoek, of door de meer populaire uitdrukking: in de stamboom klimmen. Het is de zoektocht naar de voorouderlijnen van verwanten, zo ver in het verleden als maar mogelijk. De beoefening van de genealogie is zeer oud: ouder dan de geschiedenisbeoefening zelfs ! Inderdaad, lang voordat de mensheid begon met gebeurtenissen neer te schrijven, hield men reeds afstammingslijnen bij, hetzij door deze in het geheugen te bewaren, hetzij door deze neer te schrijven, teneinde ze door te kunnen geven aan de volgende generaties. Vaak worden familierelaties voorgesteld door de metafoor van een boom te gebruiken. Genealogische belangstelling bestaat in oude culturen zowel als in onze hedendaagse Westerse als in de niet Westerse samenlevingen. Sedert de 20ste eeuw zijn genealogen veelal aangesloten bij verenigingen. Er zijn honderden dergelijke verenigingen over de hele wereld, vaak georganiseerd in federaties op een regionaal of een nationaal niveau. Sommige wetenschappen maken ook gebruik van de genealogie.

De boom als metafoor voor familierelaties

Voor de Arabieren was genealogie erg belangrijk met betrekking tot hun stammen. In het Arabisch is de term voor genealogie: shajaratu-n-nasab, waarin normal shajaratu 'boom' betekent en nasab 'verdeling, erfenis'. In de Westerse samenleving worden familierelaties vaak voorgesteld door bomen. Wortels en Takken zijn woorden die zowel letterlijk als figuurlijk (genealogische) delen van een boom aanduiden. De metafoor van de boom had verschillende oorsprongen:

  • De Arbor Juris.Dit is een voorstelling van nauwe verwantschappen (vader, moeder, kinderen, ooms, tantes, neven en nichten enz.) in vraagstukken over erfenis en bloedverwantschap, gebruikt door rechtsgeleerden in de middeleeuwen. De christelijke kerk nam de boomvoorstelling over om hiermee de grenzen voor te stellen waar bloedverwantschap een beletsel vormde voor het huwelijk. Van oorspronkelijk een volledig geometrische voorstelling met ingeschreven graden van verwantschap, werd later gebruikt gemaakt van een voorstelling die rustte op een 'fundering' (een boomstronk) en met versierende elementen, zoals bladeren. Nog later werden echte personen voorgesteld als zittend op de takken van een boom.
     
  • De Boom van Jesse.De boom van Jesse is gebaseerd op een tekst van de profeet Isaiah: Et egredietur virga de radice Iesse, et flos de radice eius ascendet (Is 11, 1-3). Rond het jaar 1000 werd deze zinsnede uitgebeeld op een artistieke manier: Jesse (de radice - wortel, een voorouder van de H. Maria) wordt onderaan voorgesteld als een slapende persoon. Uit zijn lichaam ontspringt een boom die enkele van zijn afstammelingen voorstelt. De boom eindigt in de voorstelling van Maria (de virga - maagd) en Christus, (de flos - bloem).Vanaf de 12de eeuw treft men de eerste voorstellingen van koninklijke families aan, zij zijn gemodelleerd naar deze Boom van Jesse. Pas op het einde van de middeleeuwen kende de voorstelling van de familieboom een wijde verspreiding onder adellijke families. Enkele voorbeelden zijn:

  1. Arbor Juris. Uit: J. Bouteillier, Somme Rural, van rond 1395 (Parijs, Bibl. Nat. ms. fr. 202)
  2. Genealogie van René, II van Lorreinen. (Parijs, Bibl. de l'Institut., 15de eeuw), zeer duidelijk geïnspireerd op de boom van Jesse.
  3. De Stamboom, een schilderij van G. Verlinde (1980). Hier wordt de familieboom letterlijk geïnterpreteerd, waarbij de voorouders voorgesteld worden door de natuurlijke bewoners van een boom: vogels ..

  figuur 1. figuur 2. figuur 3.

Genealogie in de niet-Westerse beschaving

India

Tussen de vijftiende en de negentiende eeuw had elke belangrijke Hindoe heerser een bewaarder die bha chaman genoemd werd. Het was zijn taak om de afstamming van zijn broodheer te bezingen op ceremoniële gelegenheden en om, in extase, te berichten over zijn roemrijke afstamming. In miniaturen van de weelderige durbars, hoven uit die periode, kan men de bhat vaak opmerken. Meestal is het een oude man, steunend op een stok, die teksten voordraagt. Sommige van de oudste Indische bronnen zijn pelgrimsregisters die sinds eeuwen worden bijgehouden in Hindoe tempels, meestal in het noorden van het land, door een subkaste van de brahmanen,  pandas genoemd. 27 van de 142 tempels trekken zeer grote aantallen pelgrims van over het hele land. Sommige zijn reeds actief sinds het jaar 1000 voor Chr. In de 2de eeuw van onze tijdrekening begonnen sommige van die pandas een mondelinge overlevering bij te houden over pelgrims uit de vooraanstaande families. Dit gebruik verspreidde zich naar andere tempels en werd uiteindelijk toegepast op alle mogelijke kasten. Rond het jaar 1000 waren er teveel namen en generaties om te onthouden en de pandas begonnen de overlevering neer te schrijven. Deze registers worden bahis genoemd. De pandas zijn deels priesters en deels zakenman. Door de jaren heen hebben ze hun cliënteel verdeeld per geografisch gebied en per kaste. Wanneer een pelgrim naar de tempel komt, kijkt hij uit naar de panda voor zijn streek en kaste. Als de pelgrim de juiste panda voor zijn voorouders gevonden heeft, gaan beide kijken in de registers. Deze bevatten de namen van de familieleden van de pelgrim tot zo ver in het verleden als zij naar die tempel gekomen zijn.

China

De traditie de verering van de voorouders die de kern uitmaakt van de Chinese cultuur, begon in de Tsjou dynastie (1122-566 vr. Chr.). Dit was het ogenblik waarop de clanstructuur op basis van de voorvaders, de clanstructuur op basis van broers van de Shang dynastie verving. Feodale heren begonnen wierook te branden als een offer aan hun voorvaderen; begonnen hun afstamming op te sporen en rituelen uit te voeren waarbij de oudste zoon een graszode werd aangeboden als symbool voor het leengoed dat hij erfde. In de 6de eeuw voor Christus, gaf Confusius, in de vijf basisrelaties in zijn maatschappelijke code, het hoogste belang aan de relaties tussen een vader en zijn zoon. De langst bekende stamreeks ter wereld is deze van K'ung Ch'iu, de over-over-over-overgrootvader van K'ung-Fut-zu (of Confusius in de gelatiniseerde westerse benaming) (8ste eeuw voor Chr.). Zijn afstammelingen in rechte mannelijke lijn in de 85ste generatie Wei-yi (geboren in 1939) en Wei-ning (geboren in 1947) die thans in Taiwan leven.

Japan

De leidende klasse in Japan was zelfs nog meer bezeten van verwantschap en afstamming dan de Chinezen. In de derde of vierde eeuw, verwierf het Huis van Yamato de macht. De andere familieclans concentreerden al hun genealogische inspanningen op het vinden van een verwantschap met hen. De Yamato's zijn nog steeds aan de macht. De tegenwoordige keizer van Japan is de 125ste keizer van deze dynastie; hij mag zich hiermee  beroemen op de langste erfelijke heerschappij in de wereldgeschiedenis.Omdat van "hoge geboorte" zijn, zowat de enige voorwaarde was om een betrekking van betekenis in Japan te verwerven lieten in het jaar 815, 1.182 adellijke families hun stamboom uitzoeken. Samurai-krijgers en Shinto-priesters moesten nog aan extra, erg specifieke genealogische voorwaarden voldoen. Zij lieten dan ook het uitzoeken van hun stamboom over aan professionelen.Een manier voor elke Japanner, om na het overlijden in de herinnering te blijven, bestaat in de zgn.  kachoko of necrologieën, die boeddhistische priesters over hun parochianen bijhouden sinds de 13de eeuw. De registratie van een postume "beloftenaam" van de overleden parochiaan, samen met de naam van zijn hoofdrouwer was wijd verspreid in de 7de eeuw. (Terloops: die necrologieën bleven niet beperkt tot mensen: in 1863 werd zelfs een zwaan geregistreerd…)

De Arabische wereld

In de Arabische wereld was genealogie al erg belangrijk geworden lang voor de tijd van de profeet Mohammed. Adeldom, het meest fiere bezit van een man, was een aspect van zijn stamverwantschap. Mohammed behoorde tot de stam van de Quraish van Mekka. Tot in het midden van de 16de eeuw moest de Kalief van de hele Islam een afstammeling zijn van de stam der Quraish.Onder de hedendaagse Arabieren, heeft een bewezen afstamming van de profeet veel aanzien; zoiets als een lid zijn van de Engelse koninklijke familie. De afstammelingen kunnen deze afstamming van de profeet veruitwendigen door een groene of een zwarte tulband en sjerp. Shiïtische afstammelingen van de profeet, zoals wijlen de ayatollah Ruhollah Khomeini, verkiezen zwart boven groen.Mohammed had vele kinderen, maar van slechts één dochter Fatima, zijn er nog afstammelingen. Fatima huwde haar volle neef Ali en had twee zonen, Hassan en Hoessein. Afstammelingen in mannelijke lijn van Fatima zijn bekend onder de naam van sharifs; sharifs die van Hoessein afstammen zijn bekend onder de naam van sayeds. (Wijlen de koning Hoessein van Jordanië was een sharif, en dat was ook wijlen de koning Hassan van Marokko, beide van de stam der Hasjemieten). Sjiïtische moslims hebben de neiging nog veel meer belang te hechten aan genealogie.

De Joden  

De oude Hebreeërs waren al even intens bezeten van hun afstamming als hun Arabische neven. Hun basisteksten hiervoor zijn uiteraard de 28 genealogische tabellen uit de Bijbel. Elk van de ongeveer 14 miljoen Joden die thans leven is bijna zeker een afstammeling van ten minste één van de 97.000 overlevenden van de Romeinse oorlog. Volgens de historicus Josephus verlieten zij Palestina rond 70 na Chr. Meer specifiek gaat het om afstammelingen van de stammen van Juda, Benjamin en Simeon, want de andere negen stammen van Israël raakten verloren in de Diaspora na de Babylonische gevangenschap in 597 voor Chr. De meeste Joodse familienamen zijn evenwel van een recente datum. Zij werden hen opgedrongen door de Europese regeringen waar een dergelijke traditie sinds lang bestaat.