Richtlijnen Vlaamse Stam  

RICHTLIJNEN VOOR ARTIKELS IN VLAAMSE STAM

1.      Afkortingen.

  ALGEMEEN
KBR Koninklijke Bibliotheek Albert I
BS Registers Burgerlijke Stand
PR Parochieregisters
FA  Familiearchief
KA Kerkarchief
PA Provinciaal archief
Hs Handschrift
RK Rekenkamer
SA Stadsarchief
ib. ibidem (op dezelfde plaats)
o.c. (opere citato) in het aangehaalde werk

  RIJKSARCHIEF
AR Algemeen Rijksarchief
RAB Rijksarchief Brugge
RAA Rijksarchief Antwerpen
RAK  Familiearchief
RAL Rijksarchief Leuven
RAG Rijksarchief Gent
RAR Rijksarchief Ronse
RABW Rijksarchief Beveren-Waas
RAH Rijksarchief Hasselt
AE Archives de l’Etat (in Wallonië)

Archieven of archieffondsen uit een bepaalde streek korten we als volgt af:

  • archieven:
    - SA Brugge      
    Stadsarchief Brugge. Hier kan aan toegevoegd worden: “verder afgekort SAB”.

    - SA Antwerpen
    Stadsarchief Antwerpen, verder afgekort SAA.
  • archieffondsen:
    -
    Schepengriffies van het Arrondissement Brussel, verder afgekort SGB.
    - SGL             Schepengriffies van het Arrondissement Leuven (Fr. GSL).
    - Leenhof van Brabant, verder afgekort LB.
    - Fonds (of familiearchief) d’Ennetières, verder afgekort F d’Enn.

Noot: De archieffondsen zijn dikwijls bekend voor een vorser uit de streek maar niet voor zoekers die nog niet in contact kwamen met archieven uit die bepaalde streek.

2.    Voetnoten 

Door de redactieraad werd gekozen voor voetnoten, dus niet voor eindnoten. Wil de voetnoten als dusdanig verwerken met uw tekstverwerker en dus niet als gewone tekst intikken.
De nummertjes van de voetnoten moeten onmiddellijk op de laatste letter van een woord volgen of na het leesteken op het einde van een zin.
              Voorbeeld 1: Hij was schepen van deze heerlijkheid[1] van 1688 tot 1702.
              Voorbeeld 2: Zij heeft dit gevonden in een artikel in Vlaamse Stam.
[2]

Er zijn twee soorten voetnoten.

- Voetnoten met nadere uitleg
                    Wat?            Geven een nadere toelichting bij de tekst.
                    Gebruik.      Wees zo zuinig mogelijk met dit soort noten.
                    Letter          Gewoon, wel kleiner formaat.
- Verwijzende voetnoten
                   Wat?            Geeft verantwoording waar de schrijver zijn gegevens haalde. Er wordt verwezen naar bronnen en literatuur.

3.      Titelbeschrijving

3.1.  Verwijzing naar een boek. Volledige titelbeschrijving:

1.  De auteursnaam: de voornaam, alleen voorletters, komt met een spatie vóór de familienaam in kapitaal, gevolgd door een komma; bij meerdere auteurs kan men zich beperken tot de naam van de eindredacteur, gevolgd door red.; het kan ook de uitgever zijn (ed.);

2.  plaats van uitgave: vb. Brussel, meerdere plaatsen gescheiden door een schuine streep, vb.: Antwerpen/Baarn; gevolgd door een komma; indien de plaats van uitgave niet wordt vermeld schrijft men “s.l.”, d.i. sine loco; (indien gewenst kan de uitgever worden vermeld);

3.  jaar van uitgave, bv.: 1999; gevolgd door een punt indien niets meer volgt, anders een komma; indien  het jaartal ontbreekt, schrijft men “s.d.”, d.i. sine dato;

4.  het nummer van de pagina, zo naar een bepaalde bladzijde wordt verwezen. 

Zo herhaaldelijk naar een zelfde werk wordt verwezen, kan de titelbeschrijving worden ingekort: auteur, o.c. , d.i. opere citato, in het aangehaalde werk.
Bij een directe verwijzing naar een zelfde boek, artikel, enz. kan het gebruik van IBIDEM (in kapitaal), (d.i. op dezelfde plaats, aldaar) volstaan. 

3.2.  Verwijzing naar een artikel in een tijdschrift

1.  De naam van de auteur (zoals hiervoor beschreven),

2.  de titel van het artikel (niet cursief); gevolgd door ‘in:’,

3.  de naam van het tijdschrift (indien herhaaldelijk naar een zelfde tijdschrift wordt verwezen kan een lijst van afkortingen worden aangelegd ( bvb. Bk voor Biekorf) in cursief,

4.  het jaargangnummer (in Romeinse cijfers), gevolgd door het jaar van uitgave (in Arabische cijfers) tussen haakjes; indien de jaargang niet wordt vermeld wordt verwezen naar het deelnummer,

5.  bij doorlopende paginanummering  het cijfer van de pagina(’s), zo niet het deelnummer en het nummer van de pagina’s.

 Voorbeelden

M. LAGRANGE e.a., Vier eeuwen Delagrange, Delagrense, Lagranse in de streek van Leie en Schelde, s.l., 1988, 5.
J. ROELSTRAETE, Handleiding voor genealogisch onderzoek in Vlaanderen, Roeselare, 1998, 400.
F. NAERT, Het O.L.Vrouwhospitaal te Kortrijk (van circa 1211 tot 1486), Licentiaatsverhandeling Katholieke Universiteit Leuven, 1964, 15, 19.
R. CAUWE, Harelbeekse geestelijkheid tijdens de ‘beloken tijd’, in: De Leiegouw, XVII (1975), 185-193.
J. VAN ISEGHEM, De afkomst van Guido Gezelle, in: Guido Gezelle 1899-1999. Tien reken en een toovertik, Oostkamp, 1999, 15. (als naar een bijdrage in een boek wordt verwezen)
J. VAN ISEGHEM (red.), ‘t Is al zoo van buiten, ‘t is al zoo van bin’. Guido Gezelle in Kortrijk 1872-1899, 9.
P. THIERS, Stijn Streuvels en het Heulse Gangske, in: Heulespiegel, nr. 29 (1999), 2.
 

Andere gebruikelijke afkortingen 

s.p.:   zonder paginavermelding
vert.: vertaald

p.
:      pagina (kan weggelaten)
pp.:    een artikel dat te vinden is over een aantal bladzijden, bvb. pp. 420-429.
Opm.: als de auteur zich beperkt tot het opsommen van de literatuur kan men soms enigszins anders te werk gaan voor bepaalde onderdelen.
 

J. LINDEMANS, Toponymische verschijnselen geografisch bewerkt, Zele, in: Handel. Kon. Comm. Topon. en Dialectologie, XXII (1948), pp. 93-128.
De Cartografie in de 18de eeuw en het werk van graaf de Ferraris (1726-1814)
. Internationaal Colloquium Spa, 8-11 Sept. 1976. Handelingen, Brussel, 1978 (Gemeentekrediet, Histor. Uitgaven, nr. 54).
J. MERTENS, Landschap en geografie in het Zuiden 1300-1480, in: Algemene Geschiedenis der Nederlanden, II, Haarlem, 1982, pp. 40-47.
B. AUGUSTYN, Zeespiegelrijzing, transgressiefasen en stormvloeden in maritiem Vlaanderen tot het einde van de XVIde eeuw, 2 dln., Brussel, 1992.
 

4.     Bronnenverwijzing 

We maken dus een onderscheid tussen literatuurverwijzing en bronnenopgave. Bronnen verwijzen naar archiefstukken.

We onderscheiden:

1.  De archiefbewaarplaats. We mogen hier afkortingen gebruiken (zie hoofdstuk afkortingen);

2.  het fonds of het archief waaruit een stuk afkomstig is, vb.: Gemeentearchief Heule, Kerkarchief Heule, Oud stadsarchief Kortrijk (OSAK), Modern Stadsarchief Kortrijk (MSAK), Bruine pakken, Aanwinsten (Aanw.), Fonds  Colens, Familiearchief d’Ennetières (F. d’Enn.), enz. Het kan dat na een archief het fonds wordt vermeld, bv. OSAK, W(eeskamer), OSAK, A.C. (akten en contracten), OSAK, St.v.G. (losse staten van goed) (voor correct gebruik: zie hoofdstuk afkortingen):

3.  het inventarisnummer, vb.: F d’Enn., 1966; bij gebrek aan inventaris kan het doos- of planknummer volstaan. Soms wordt verwezen naar een voorlopig nummer (voorl. nr.);

4.  het archiefstuk, vb.: Kerkrekening Bissegem 1507-1508 (tussen haakjes plaatsen); bij herhaaldelijke verwijzing naar een zelfde archiefstuk kan dit worden weggelaten.

5.  (eventueel) het folionummer: we vermelden wel recto of verso (r° of v°), tenzij in de bron pagina’s worden vermeld. 

Voorbeelden: 

RAK, Fonds d’Ennetières (verder afgekort F. d’Enn.), 1966 (Kerkrekening Bissegem 1507-1508), f° 2v°.
RAK, Aanwinsten VI, 4512 (Landboek van Heule 18de eeuw). 

DE ARTIKELS 

Enkele richtlijnen  

  • Na elk leesteken moet een spatie volgen. Daar mag niet van afgeweken worden, zelfs niet wanneer dit de lijn zou kunnen opvullen. Vóór een leesteken staat in het Nederlands nooit een spatie.
  • De ruimte tussen de alinea’s moet altijd gelijk zijn, zelfs als afwijken daarvan de bladspiegel zou ten goede komen.
  • De artikels zijn ondertekend door de auteur(s).
  • Oude teksten worden in cursief weergegeven.

Voorbeeld: Deze behuysde erfve was in 1780 eigendom van Jacobus Augustinus Veroustraete. Deze woning bevond zich langs de voetwech naer Thielt of straete naer den Cnock, d.w.z. de huidige Marktstraat.