Genealogie in de wetenschap

Geneeskunde 

Genetici bestuderen de erfelijkheid van eigenschappen van levende wezens en mensen. Sommige ziekten worden alleen doorgegeven van ouders op kinderen. Hemofilie (een ziekte van het bloed) is een gekend voorbeeld.

Alle levende wezens hebben hun eigenschappen gecodeerd in hun genen, dit zijn DNA moleculen in de chromosomen in de kernen van elke cel. Y-chromosonaal, resp. mitochondrisch DNA analyse is in staat om sterke bewijzen te leveren in het bevestigen of verwerpen van nauwe bloedverwantschappen tussen individuen in mannelijke, resp. vrouwelijk lijn.

Geschiedenis
  

  • Demografen zijn geïnteresseerd in de evolutie van de bevolking in het verleden.
  • Beoefenaars van de sociale geschiedenis hebben belangstelling voor de evolutie van de levensomstandigheden.
  • Prosopografen beschrijven een groep van onderling (bv. via familiebanden) verbonden individuen in de historische context.

Al deze historici gebruiken vaak dezelfde bronnen als genealogen.

Hulpwetenschappen van de geschiedenis, zoals zegelkunde (sigillografie) en heraldiek (de studie van wapenschilden) zijn ook nauw verwant met de genealogie.

Genetica en Erfelijkheid 

Genetica bestudeert hoe fysische, biochemische en gedragseigenschappen overgeërfd worden tussen ouders en hun kinderen.

Omdat de nakomelingen van personen geen exacte kopieën zijn van hun ouders en omdat sommige van de verschillen en overeenkomsten tussen ouders en nakomelingen opnieuw voorkomen van generatie op generatie in zich herhalende patronen, zijn genetici in staat de mechanismen van de erfelijkheid te detecteren 

De wetenschap van de genetica begon in 1900. Verscheidene plantenkwekers vonden, onafhankelijk van elkaar het werk van de Oostenrijkse monnik Gregor Mendel. Alhoewel het reeds gepubliceerd was in 1866, bleef het praktisch onopgemerkt. Werkend met peulvruchten uit de tuin beschreef Mendel de erfelijkheidspatronen in termen van zeven paren van contrasterende eigenschappen die voorkwamen in verschillende variëteiten. Hij had vastgesteld dat die eigenschappen als afzonderlijke eenheden overgeërfd werden, alle onafhankelijk van elkaar (de WETTEN van MENDEL). Hij suggereerde dat iedere ouder paren van eenheden had, doch slechts met één element uit elk paar bijdroeg in het nakomelingschap. Die eenheden die Mendel beschreef werden later de naam genen gegeven.

De meeste fysische eigenschappen van mensen worden beïnvloed door meerdere genetische variabelen, maar ook door de leefomgeving. Sommige eigenschappen, zoals lichaamslengte hebben een relatief grote genetische component. Andere, zoals lichaamsgewicht, hebben een relatief grote omgevingscomponent.

Nog andere eigenschappen, zoals de bloedgroepen en de antigenen betrokken in de afstoting van getransplanteerde organen, schijnen een uitsluitend genetische component te hebben. Omgevingsfactoren schijnen geen enkele bekende invloed te hebben op deze eigenschappen.

Ook de gevoeligheid voor bepaalde soorten ziekten heeft een sterk genetisch bepaalde inslag. Tot deze soort van ziekten behoren o.a. schizofrenie, tuberculose, malaria, diverse vormen van kanker, migraine, hoofdpijn en hoge bloeddruk. Vele zeldzame ziekten worden veroorzaakt door recessieve genen en enkele door dominante genen.

De identificatie en de studie van die genen is van groot belang voor biologen en zijn ook medisch belangrijk wanneer een bepaald gen betrokken is in een bepaalde ziekte. Het menselijk genoom omvat ongeveer 50.000 tot 100.000 genen, waarvan ongeveer 4.000 in verband kunnen gebracht worden met ziekten. Een gezamenlijke inspanning, het Menselijk Genoom Project, werd opgestart in 1990 teneinde het volledige menselijke genoom in kaart te brengen.

Het hoofddoel van het Menselijk Genoom Project is het maken van diverse genoomkaarten, inclusief de volledige sequentie van nucleotiden van het menselijk genoom. Het Menselijk Genoom Project wordt in sterke mate gesteund door de mogelijkheid om grote stukken DNA te klonen in kunstmatige gist-chromosoom-vectoren voor verdere analyse en in de automatisering van diverse technieken, zoals DNA aflezing.

Hemofilie 

Hemofilie is een ziekte van het bloed, te wijten aan een recessief gen op een van de chromosomen. Deze ziekte treft weliswaar alleen mannelijke individuen, maar vrouwen kunnen de ziekte doorgeven aan hun kinderen. De ziekte is een gebrek in de klontering van het bloed, wat ernstige bloedingen veroorzaakt bij de minste verwonding.

Koninklijke hemofilie heeft voor zover bekend reeds negen mannelijke afstammelingen van koningin Victoria getroffen, waaronder de tsarevitch Alexis Romanov en een oom van de huidige koning van Spanje, de Prins van Asturias, die doodbloedde na een auto-ongeval in 1938. Tsarevitch Alexis werd permanent bewaakt door een matroos die geen ogenblik van zijn zijde week en beducht moest zijn op alle mogelijke grote of kleine ongevallen die tot een verwonding en eventuele doodbloeding konden leiden.

De oorspronkelijk mutatie van het gen, dat werd geërfd door één van koningin Victoria's vier zonen en door twee van haar dochters, wordt verondersteld ontstaan te zijn in het X chromosoom van haar vader Edward, de hertog van Kent. Wanneer Victoria in 1819 werd geboren was Edward 52 en de zaadcellen van oudere mannen zijn meer gevoelig voor sommige types van mutatie.

De terechtstelling van tsaar Nicolaas II van Rusland en van zijn hele familie en de voortijdige dood van twee door hemofilie getroffen Pruisische prinsen heeft het mutant gen geëlimineerd uit Victoria's Hesse afstammingslijn, maar het kan nog steeds sluimerend bestaan in de genen van enkele van haar Engelse en Spaanse vrouwelijke afstammelingen.

Chromosomale en Mitochondriale DNA analyse 

Onderzoek naar familiebanden via DNA analyse heeft een weliswaar korte maar reeds eminente geschiedenis.

Chromosomaal DNA wordt gebruikt om het geslacht van een persoon te identificeren, door studie van het X-Y homologe gen Amelogenin. Andere delen van het DNA worden gebruikt om nauwe bloedverwantschap tussen individuen aan te tonen. (zogenoemde Short Tandem Repeat loci - korte herhalende stukjes). Moederlijke verwantschapslijnen tussen personen kunnen bewezen worden met het Mitochondriaal DNA: dit wordt immers enkel via rechtstreeks vrouwelijke lijn overgeërfd.

In 1991 werd een slachtoffer van een moord geïdentificeerd via een DNA analyse van de beenderresten, door dit te vergelijken met het DNA van de veronderstelde ouders.

Dezelfde wetenschappers onderzochten ook de beenderresten van de nazimisdadiger Josef Mengele, door het DNA te vergelijken met dit van zijn levende vrouw en zoon (de hele wereld mag er nu gerust in zijn, hij is wel degelijk dood..).

  De Romanovs

In 1993 werden beenderen die twee jaar eerder in een ondiep graf in Jekatarinenburg in Rusland gevonden werden, geïdentificeerd als de resten van de laatste tsaar, van de tsarina en van drie van hun vijf kinderen, van hun lijfarts en van drie lakeien. Om de verwantschap te bewijzen met de Romanov familie, werd DNA onttrokken aan de beenderen, vermenigvuldigd door middel van een polymerase kettingreactie en vergeleken met bloedstalen ter beschikking gesteld door prins Philip, hertog van Edinburgh, echtgenoot van koningin Elisabeth II van Engeland en door een achterneef van de tsarina.

Kort daarna werd ook aangetoond dat Anna Anderson Manahan, een immigrante in de USA, overleden in 1984 en die altijd beweerd had Anastasia, de overlevende jongste dochter van de laatste tsaar te zijn, zogezegd ontsnapt aan het bolsjevikisch vuurpeloton, helemaal NIET was wie ze beweerde te zijn. Bovendien bleek ook nog dat haar DNA zeer goed aansloot bij dat van een andere immigrant uit Pommeren (Duitsland-Polen), een achterneef van de vrouw Franzisca Schanzkowska. Reeds in de jaren 1920 had een privaat detective van de Groothertog van Hessen, Anna Anderson geïdentificeerd met Schanzkowska.

  De Bourbons

In juni 1995 werd een mitochondriaal DNA analyse,onttrokken aan haar van een man met de naam Carl Wilhelm Naundorff, (1785?-1845) uitgevoerd door het Centrum voor Menselijke Erfelijkheid van de K.U. Leuven in België. Zijn hele leven had hij beweerd Lodewijk XVII te zijn. Hij beweerde de enige zoon van koning Lodewijk XVI van Frankrijk te zijn, en zou 8 jaar geweest zijn op het ogenblik dat zijn zogezegde vader onthoofd werd door de Franse Revolutionairen in 1793.

Mitochondrisch DNA (mtDNA) werd vergeleken met dat van haarstalen van twee andere dochters van keizerin Maria Theresia van Oostenrijk, zusters van Marie-Antoinette, echtgenote van koning Lodewijk XVI. Gezien mtDNA enkel via vrouwelijke lijn overgeërfd wordt, moest zijn mtDNA overeenstemmen met dat van zijn beweerde tantes. In 1998 werden de resultaten van het onderzoek aan het publiek medegedeeld: er is absoluut geen enkele overstemming tussen Naundorff's DNA en dat van zusters van koningin Marie-Antoinette.

De bekendmaking van deze resultaten inspireerde een Frans historicus om hetzelfde Leuvense instituut te vragen ook een vergelijkend DNA onderzoek te doen op het hart van de jongen die overleed in 1793 in de gevangenis als Lodewijk XVII. Zijn hart werd uitgesneden door de dokter die de lijkschouwing deed en bleef tot op heden bewaard in Parijs. Op een persconferentie in Parijs op 19 april 2000 werden de resultaten van dit laatste onderzoek medegedeeld: er is een perfecte overeenstemming tussen het DNA van het hart en dat van alle andere DNA profielen van nauwe of verre verwanten van zijn moeder, koningin Marie-Antoinette.