Heraldisch college

1. Ontstaan

Heraldiek en genealogie zijn twee disciplines van de historische wetenschap die nauw met elkaar verbonden zijn.
Het was bijna vanzelfsprekend dat eind 1973, in de schoot van de VVF, een orgaan ontstond dat zich specifiek met wapenkunde zou bezighouden. Zo werd het Heraldisch College (HC) gesticht.
De opdracht van dit College was en is, onder de Vlamingen in het algemeen en de VVF-leden in het bijzonder, het gebruik en/of het aannemen van een wapen(schild) propageren en populariseren.
De Franse revolutionairen spraken in 1795 de banvloek uit over de wapens die ze bestempelden als "..marques de noblesse.." of "..signes de féodalité..". Alle krachten werden gebundeld om de heraldische afbeeldingen te vernietigen. Sindsdien leeft in onze gewesten de misvatting dat wapens een voorrecht is van de adel. Niets is minder waar. Wanneer wij teruggaan tot de Middeleeuwen, bloeiperiode van de heraldiek, dan stellen wij vast dat de niet-adellijke wapens een aanzienlijk pakket uitmaken van het geheel. Pas later, in de Nieuwe Tijd en na de Franse Revolutie, waren er tendensen om wapens voor te behouden aan edellieden en rechtspersonen zoals steden, gemeenten, kloosters, enz.
In het huidig Belgisch heraldisch recht is het zo dat een wapen voor leden van de adel als onontbeerlijk wordt beschouwd. Wat de niet-adellijke wapens betreft, is er geen enkele wetsbepaling, van welke aard ook, die het dragen er van verbiedt. Aldus is buiten de adel het aannemen en het dragen van een wapen in ons land volkomen vrij. Gezien het hier gaat om een aloude Vlaamse traditie, die enkel tussen 1795 en 1815 werd onderbroken en nadien slechts in beperkte mate bleef voortbestaan, besloot het HC van de VVF het voeren van een wapen als traditie en cultuurobject opnieuw aan te moedigen. De inzet van het College werd sindsdien onderstreept door de registratie en publicatie van honderden wapens.

2. Werking

Vooreerst dient gewezen te worden op het onderscheid tussen het registreren van een oud en een nieuw wapen, dient verder rekening gehouden te worden met het feit dat het HC zich alleen bezig houdt met persoonlijke wapens en tenslotte het principe hanteert dat wapens geregistreerd en/of gepubliceerd door een zustervereniging, zowel hier als in het buitenland, niet meer in aanmerking komen voor registratie en publicatie via het HC.

2.1. Een oud wapen

Het kan gebeuren dat een genealogisch vorser, na ver in zijn stamboom te zijn opgeklommen, een voorvader in rechte lijn vindt  die een wapen heeft gevoerd. Wanneer de zoeker dit  wapen wil overnemen en laten registreren,
dan kan hij een aanvraag tot registratie en publicatie indienen bij de secretaris van het HC. In dergelijk geval spreekt men van een aanvraag tot het registreren van een oud wapen. Door middel van een genealogie, vergezeld van de nodige bewijsstukken (archiefbescheiden), moet de aanvrager onomstotelijk kunnen bewijzen dat hij in rechte mannelijke lijn afstamt van diegene die het wapen effectief heeft gevoerd. Het spreek voor zich dat dergelijke opzoekingen niet van het HC kunnen verlangd worden. Men moet dit zelf doen of laten doen.

2.2. Een nieuw wapen

Anders gaat het in zijn werk wanneer men een nieuw wapen wenst, eventueel als gevolg van het jarenlang vruchteloos speuren naar een voorouderwapendrager. Men kan inspiratie zoeken in de etymologie van de familienaam (sprekend wapen), in het wapen van de plaatsen van herkomst of bewoning, in de beroepen die generaties lang in de familie werden uitgeoefend, kortom in tal van zaken die kunnen meehelpen tot het samenstellen van een nieuw maar verantwoord wapenschild. Bij het ontwerpen van een nieuw wapen moet men bepaalde principes  volgen, zijn beperkingen kennen en fouten ontwijken. Wij geven hierbij enkele voorbeelden :

  • Men mag zich niet te gulzig inspireren bij bestaande wapens, ze zeker nooit letterlijk overnemen. Het HC zal nooit een (nieuw) wapen aanvaarden dat overgenomen werd uit bv. "..Rietstap.." of te duidelijk refereert naar een gemeentewapen.

  • Omwille van een zekere eenvormigheid bij de publicatie wordt voor de schildvorm  de keuze gelaten tussen een vroeggotisch (met schuine punt) of een laatgotisch schild (met halfcirkelvormig onderstel) en het accoladeschild (dat beter geschikt is voor het afbeelden van gevierendeelde of nog verder onderverdeelde wapens).

  • Om dezelfde redenen wordt de helm getralied en in 3/4 aanzicht voorgesteld.

  • Alle wapenonderdelen die aan de adel voorbehouden zijn, zoals bv. kronen, mantels,schildhouders, enz., worden niet aanvaard.

  • Hoewel uitzonderingen mogelijk zijn, worden volledig afgebeelde leeuwen,adelaars of lelies (nationale symbolen) in principe niet aanvaard. De uitzonderingen kunnen zijn: het voorleggen van een bestaand (oud) wapen, het dragen van een naam die naar deze figuren wijst (bv. De Leeuw, De Lelys, Van Arendsveld).

  • Ook figuren die al te duidelijk verwijzen naar bestaande ridder- of andere orden  worden geweerd ( bv. Het
    Maltezerkruis, kruis van de Duitse Orde,Gulden Vlies, enz.).

  • Uiteindelijk vermijden we om het schild vol te stoppen met een veelheid aan figuurtjes zodat het wapen meer
    op een rebus begint te lijken, wat niet de bedoeling is. Ook hier geldt de spreuk "..Eenvoud siert..".
    Buiten de klassieke elementen zoals balk, keper...enz, zou men zich moeten beperken tot maximaal  twee  figuurtjes die weliswaar, indien gewenst en degelijk verantwoord, meerdere malen herhaald kunnen voorkomen.

  • Wapenspreuken of deviezen worden wel aanvaard. Zij dienen kort, typerend en origineel te zijn. In de regel worden bestaande spreuken geweerd. De taal is vrij.Het HC stelt duidelijk dat zij geen taalcontrole uitvoert. De door sollicitant aangeboden tekst wordt letterlijk overgenomen, ook  wanneer  er  mogelijks taalfouten zouden zijn bij Latijnse, Franse, Engelse, Duitse of in een of ander dialect voorgelegde teksten.Het plaatsen van de familienaam op het lint is een goede oplossing.

  • Kreten behoren tot de adel en worden niet aanvaard.

Uiteindelijk spreekt het voor zich aanvragers die geen idee hebben over wat heraldiek is zich het best laten begeleiden door personen die wegens hun kennis over het onderwerp kunnen helpen bij het ontwerpen van een wapen. De goede bedoelingen ten spijt worden al te vaak aanvragen voorgelegd die getuigen van een uitgesproken amateurisme. In de regel leidt dit tot onbegrip, wrevel en onaangename afkeuringen.

2.3. Verdere procedure

1. Brochure en aanvraagformulieren zijn te bekomen 
    per post : Heraldisch College  p/a Michel Louwette 
                   domein “Wolfshoove” , Boerbemdstraatje 1, 3020 Veltem-Beisem
    per e-mail : louwette [at] skynet [dot] be
    telefonisch : 016/489485.

2. De aanvraag omvat
    a) het storten van 25 € op rekening van het Heraldisch College nr: 230-0394561-82  met de mededeling “ opening dossier “  
    b) het opsturen ( enkel per post ) van het ingevulde en ondertekende formulier samen met een tekening van het wapen naar hoger vermeld adres.

3. Na evaluatie en aanvaarding door het HC zal de aanvrager 
    a) het  registratierecht voor publicatie in Vlaamse Stam storten op hoger vermelde rekening nr ten bedrage van voor een VVF -lid : € 175  en  voor een niet  VVF -lid : € 275
    b) een zwart/wit tekening van het wapen op formaat A4 bezorgen aan het HC.
   Deze tekening moet perfect en stijlvol zijn. Zij moet de exacte weerspiegeling zijn van het door het   HC  goedgekeurd wapen. Aldus mag aposteriori geen "..artistieke vrijheid.." aangewend worden waardoor de tekening verschillen vertoont met hetgeen is goedgekeurd geweest.   Om beschadigingen te voorkomen is het aangewezen de tekening in een koker naar de secretaris op te sturen.

Opmerking: is het wapen niet aanvaard dan kan de aanvrager aan de hand van de aanbevelingen van het HC een nieuwe aanvraag indienen ( natuurlijk moet er nu niet opnieuw opening-dossierskosten worden betaald)

4. De publicatie in Vlaamse Stam :
   a)    ingeval van een oud wapen is de tekening vergezeld van een genealogie die start vanaf de wapendrager,
   b)    ingeval een nieuw wapen is naast de tekening de motivatie vereist.

5.    Afgifte van de wapenbrief : na de publicatie in Vlaamse Stam zal later aan de aanvrager een blanco wapenbrief door het HC worden overgemaakt , waarop hij (aanvrager) het goedgekeurd wapen in kleur kan ( laten) aanbrengen. Uiteraard moet een maximale zorg besteed  worden aan de afwerking, met als resultaat een stijlvol en prachtig ogend geheel. Wanneer dit is gebeurd  moet de wapenbrief terug bezorgd worden aan de secretaris die met de voorzitter de ingekleurde wapenbrief ondertekenen, de gekalligrafeerde tekst en het droogzegel van het HC laten aanbrengen en de wapenbrief definitief overmaken aan de gegadigde. Opmerking : de aanvrager moet dus zelf instaan voor de gekleurde en de zwart/wit tekening. Dit is niet de taak van het HC. De secretaris kan eventueel het adres bezorgen van tekenaars en/of ervaren heraldici. Wat het loon van deze deskundigen betreft, is dit een zaak tussen sollicitant en specialist. Het HC heeft daar niets mee te maken en staat buiten elke overeenkomst.
De registratie van een wapen door het HC van de VVF heeft enkel een officieus karakter.
Het College meent te moeten onderstrepen dat het niet aansprakelijk kan gesteld worden voor verdoken misvattingen of voor een door de aanvrager aangebrachte onrechtmatige bewijsvoering van een reeds bestaand wapen of onderdelen er van. Daarentegen biedt de registratie bij het HC van de VVF verscheidene waarborgen, waaronder :
1.     Een doorgedreven onderzoek naar de aanvaardbaarheid van het wapen.
2.     Openbaarheid door de publicatie in Vlaamse Stam.